Reisdagboek – de eerste twee weken
Ik vertrok uit België met een warm hart. Liefdevol omringd, nog een laatste cirkel, een afscheidsmoment met mijn dichtste kring. Het voelde zacht, juist, alsof ik gedragen werd het onbekende tegemoet. De eerste kilometers rolden licht onder de wielen, mijn hart open, mijn blik vooruit.
Maar al snel sloeg de toon om. Waar ik een vrije reis verwachtte, kreeg ik waarschuwingslampjes, depannage en garages. Angst nestelde zich in mijn lichaam, elke keer wanneer de motor haperde of het lichtje opflakkerde. De bergen, die ik zo graag wilde doorkruisen, werden obstakels. Ik reed, stopte, wachtte, hoopte. Volkswagen zei dat ik verder mocht rijden. Maar de gendarmerie besliste anders: verboden verder te gaan. En zo begon het spel van filters, sensoren en rekeningen. Steeds weer even hoop, gevolgd door teleurstelling.
Ik herinner me de korte euforie na de sensorwissel, het idee dat alles opgelost was, om tien minuten later opnieuw stil te vallen. Het voelde als een dans tussen vertrouwen en wanhoop. Tot ik terechtkwam bij een MAN garage, waar ik duidelijkheid, warmte en vriendelijkheid vond. Even de Van achter laten en op hotel in Rodès via de verzekering. Er was plots stilte. Mijn kamer was amper groter dan de van, bijna een casco Van, allesbehalve gezellig. En toch voelde het als een geschenk: een pauze van het rijden, even niet moeten. De mensen daar waren vriendelijk en het stadje was gezellig. Het deed me deugd om gewoon even te zijn.
Het oordeel was zwaar: vier nieuwe injectoren en een drukleiding. De factuur stevig, maar het vertrouwen hersteld. Na drie dagen kon ik opnieuw vertrekken.
De eerste 800 kilometer reed ik nog met een ei in mijn broek, alert voor elk geluidje, elk lampje dat opnieuw kon aanspringen. Mijn lichaam stond in alarm, mijn zenuwstelsel in overlevingsmodus. Ik leefde vanuit mijn hoofd, niet vanuit mijn gevoel. Pas achteraf kon ik zien hoeveel energie dat vroeg. Hoe weinig ik écht aan het voelen was. Onderweg werden we getrakteerd op prachtige natuur en konden we terug vrij genieten, met een open hart en een blik vooruit.
Terwijl ik dit schrijf, kijk ik uit over een landschap dat mijn reis samenvat: de diepte van de zee en de hoogte van de bergen. Het water dat stil glinstert, de pieken die trots omhoog rijzen. Het beeld is een spiegel: de dieptes van angst en onzekerheid, de hoogtes van vertrouwen en vrijheid.
Het leven toont zich zoals het is: hoogtes en laagtes, golven die komen en gaan. Maar nu voel ik opnieuw dat ik kan zakken, landen in mijn lichaam. Dat ik kan ademen en genieten. Want zelfs in de stormen van het onderweg zijn, wacht aan de horizon steeds weer schoonheid.
Met liefde,